.. laat in uw hart de vrede van Christrus heersen, want daartoe bent u geroepen ..

Roepingen zondag

Regelmatig vragen collega’s of bewoners aan mij waarom ik gekozen heb voor het kloosterleven. Daarom laat ik u allen delen in hetgeen mij beweegt en wat mij gelukkig maakt.

Elke mens is  geroepen om te leven met de mogelijkheden die hij of zij heeft.
In wezen is in elke mens alles voorhanden aan mogelijkheden en talenten om zijn leven volledig uit te bouwen en tot ontplooiing te laten komen. Alleen om zover te komen is het vaak een hele zoektocht. Mijn verlangen, mijn wens om te worden wie ik kan zijn, staat vaak op gespannen voet met wat de wereld, de maatschappij vraagt of verlangt.

Vaak voelen we wel aan wat we moeten doen, welke stappen we moeten zetten, maar doen we het niet, het verstand neemt het dan over van het gevoel. Met vallen en opstaan vinden we onze weg door het leven, daarbij  geholpen, gesteund en soms ook bevraagd door mensen om ons heen.

Het woord roeping is van oorsprong een woord uit ons geloof. Het geloof dat God bestaat en een taak heeft voor ieder mens. Ieder mens wordt door God geroepen. Niet om allemaal hetzelfde te gaan doen of te worden. We zijn geroepen om diegene te worden die God voor ogen heeft. Want Hij heeft een plan met en voor ieder van ons. God kent ons, en wil dat wij Hem kennen. Johannes verwoordt het in zijn evangelie zoals we het zojuist gehoord hebben: “Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij”. Op een of andere manier passen wij allemaal in Gods schepping. Ieder met onze persoonlijke gaven en talenten. Als wij allen in ons leven de juiste keuzes maken, dan komt het goed met de wereld. Dan vestigen wij Gods rijk van vrede onder ons.

Al vanaf mijn lagere schooltijd kwam het verlangen om het evangelie een duidelijke plaats te geven in mijn leven. Ik wilde het voorbeeld van Jezus volgen. Ik ging dagelijks naar de kerk, voelde mij er thuis, ik kwam er tot rust. Ook thuis bad ik dagelijks de rozenkrans. Ik had veel contact met ouderen in de buurt, ik hielp hen met boodschappen doen, onderhield hun tuinen en had met velen regelmatig een gesprek. Toen ik begon na te denken over wat ik met mijn leven zou gaan doen, ging mijn verlangen al vroeg in de richting van de kerk. De keuze die ik uiteindelijk heb gemaakt, is niet altijd eenvoudig geweest. Ik voelde dat God iets van mij verlangde, maar mijn verlangen in het leven was anders. God, die zich langzaam in mijn leven openbaarde duwde ik bewust weg. Ik zocht mijn weg langs een beroepsopleiding, ik ben metselaar geworden, ik zocht mijn weg in een relatie met een vriendin.

Maar God liet mij niet los, Hij kende mij en ik leerde Hem kennen. Ik gaf mij niet gemakkelijk gewonnen, ik wist wat ik had, niet wat ik zou krijgen. Toch kreeg ik  langzaamaan vertrouwen in datgene waarvoor God mij wilde roepen en bestemmen. Ik wilde gehoor geven aan de roeping die de Heer in mijn hart had gelegd. Ik kwam in aanraking met Franciscus en zijn volgelingen. Ik werd gegrepen door de wijze waarop Franciscus in het leven stond en in de kerk. Franciscus leefde in een voordurende verbondenheid met Christus alsmede met de kleine en de armen. In Jezus’ Naam had Franciscus oog voor zijn mindere broeders en zusters.

Dat was niet het enige. Ook de verbondenheid met de gemeenschap van de Kerk was voor Franciscus noodzakelijk om te komen tot waarachtige navolging van de Heer.
Dat wilde ik ook. Leven vanuit het evangelie, mij inzetten voor de armen van onze tijd, op welk terrein dan ook. Een uiteindelijke keuze voor God, en het kloosterleven maakte ik enkele maanden voordat ik aan mijn militaire dienstplicht begon.

Uiteindelijk kwam ik op mijn zoektocht in contact met de congregatie van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, bij u misschien beter bekend als de Broeders van Huijbergen, een congregatie met een sterke franciscaanse spiritualiteit.

Vanaf de eerste kennismaking was er een vertrouwd gevoel. Dat gevoel versterkte, naarmate ik de congregatie en de broeders beter leerde kennen. Al snel wist ik dat ik daarbij wilde horen, dat ik samen met hen het ideaal van Franciscus wilde beleven en met deze medebroeders in de voetstappen wilde treden van Christus en zijn evangelie.
In 2005 ben ik ingetreden en is mijn postulaat begonnen, één jaar later begon het noviciaat. Na het noviciaat heb ik de eerste tijdelijke geloften afgelegd.

Vanuit de gemeenschap ben ik een opleiding begonnen tot bejaardenverzorger.  Inmiddels ben ik ook verhuisd van de grote gemeenschap in Huijbergen naar de kleinere leefgroep in Breda. Ik werk in Verpleeg- en verzorgingshuis ‘De Leystroom’. In dit werk kan ik het ideaal van Franciscus beleven. Franciscus had oog voor de zieken. Veelzeggend is zijn ontmoeting met een melaatse. Hij hield hem niet op een afstand maar omhelsde hem. Voor Franciscus was de zieke op de eerste plaats een mens, beeld van God. In mijn werk als verzorger mag ik -in de geest van Franciscus- zieken en ouderen tot steun zijn. Jezus zegt: “Wat je voor de minsten der mijnen hebt gedaan, heb je voor mij gedaan”.
Ik voel mij gedragen door mijn medebroeders, mijn familie, collega’s en vrienden. Dit gedragen worden ervaar ik ook in mijn gebed, zowel het gemeenschappelijk gebed in het klooster of parochiekerk, als in het persoonlijk gebed: een stukje lezen in de bijbel, de rozenkrans, een meditatie of een stilte-moment. Het zijn momenten van steun, momenten van inspiratie om mijn weg door het leven te gaan, de weg als broeder van Huijbergen.

Natuurlijk zie ik in mijn directe omgeving dat het met de kerk in onze maatschappij niet vanzelfsprekend en ook moeizaam gaat. Ik word nog steeds bevraagd over mijn keuze, waarom ik de stap heb gezet, wat ik in het klooster vind. Vragen die ik mijzelf ook stel: ik ben natuurlijk niet blind en doof voor de trend van deze tijd. Ik blijf omdat ik geloof dat de levende Heer mij geroepen heeft.
Ook al is er onrust in de wereld over wat de kerk voor anderen betekent, mij geeft het nog steeds een gevoel van thuis zijn, een gevoel van rust en geborgenheid in de liefde van God, die zich in mijn leven heeft laten kennen als de Goede Herder. Zo heb ik in mijn leven God mogen leren kennen, ik heb mijn weg gevonden in het religieuze leven en ik ben er gelukkig. Ik hoop en bid dat ieder van u Hem mag ontmoeten als de Goede Herder en dat ook u antwoord kunt geven op de specifieke roeping die de Heer in uw hart heeft gelegd.

Ik wens u allen vrede en alle goeds!
broeder Pascal

« Terug naar overzicht