In Memoriam broeder Julius Schrijver
Broeder Julius
Johannes Franciscus Antonius Schrijver
Geboren te Amsterdam: 03 -07-1918
Ingetreden: 01 -09-1934
Eerste professie: 19 -03-1936
Eeuwige professie: 15 -08-1939
Overleden te Bergen op Zoom: 02 -02-2010
Begraven te Huijbergen: 06 -02-2010
Als leerling van de lagere school aan de Hillegaertstraat leerde hij in 1926 de broeders kennen. Hij schreef daarover het volgende: “Br. Emmanuël Compiet werd mijn klasbroeder. De Broeders van Huijbergen imponeerden mij door hun gemoedelijkheid en religiositeit. Ik voelde me tot hen aangetrokken. Ik was de koning te rijk toen mijn ouders in 1929 een brief kregen, waarin stond dat ik met negen andere jongens enkele vakantiedagen in Huijbergen zou mogen doorbrengen.
Na de zevende klas bij br. Raymundus Lockefeer voelde ik er wel voor om broeder te worden. De voorbereidende klas van de kweekschool was gevestigd in Bergen op Zoom en daarna volgde de eerste cursus kweekschool in Huijbergen. Toen het goed tot me doordrong dat dit alles naar het onderwijsschap leidde, heb ik een gesprek gehad met br. Eligius Duinker, die mij steunde om niet in het onderwijs te gaan, omdat er van huis uit ook andere kwaliteiten in mij aanwezig waren waar de Congregatie ook behoefte aan had. In september 1934 trad ik in als postulant. Na een half jaar volgde de kleding met een vol jaar noviciaat. Daarna volgde de professie voor drie jaar om goed te weten wat de inhoud was van de volgende stap: de eeuwige professie op 15 augustus 1939. Ik heb nooit spijt gehad. Ik voelde me gelukkig en volkomen verbonden met de Congregatie. Dat was het wat ik zocht en wat God in mij bewerkte.”
En dan sluit br. Julius deze gedachtegang uit mei 2004 af met de woorden: “In de ronding van het priesterkoor van de Rozenkranskerk, (zijn parochiekerk in Amsterdam) was een geschilderde band aangebracht met de veelzeggende korte tekst: “MAGISTER ADEST ET VOCAT TE”, (de meester is daar en roept u). Ik heb altijd veel van deze uitnodigende tekst gehouden en ik hoop haar ten volle te beantwoorden op mijn laatste dag, in mijn laatste uur.”
Denkend aan wie en hoe hij was, kozen zijn medebroeders heel terecht voor de aanhef van zijn overlijdensbrief woorden uit Johannes hoofdstuk 11, vers 28 ; de woorden: “De Meester is daar en roept u”. Op Julius zijn ook van toepassing de woorden uit Psalm 130: “ Meer dan wachters naar de morgen, verbeid ik de Heer. ”
Br. Julius heeft in de kloostergemeenschap dienstbare, belangrijke, leidinggevende, verant-woordelijke taken vervuld. Heel wat kapittels heeft hij meegemaakt. Hij was vele jaren huisoverste in verscheidene conventen. Voor velen was hij in hun noviciaatperiode als socius, de rechterhand van de novicemeester. Zijn optreden kenmerkte zich door een eigen stijl in zijn woordgebruik en in zijn manier van voortbewegen dat iets weg had van schrijden. Die levensstijl toonde br. Julius ook door zijn gevoel voor orde. De leefregel was voor hem een kompas maar zijn geloof in de werkzaamheid van de H. Geest gaf hem een open hart voor liturgische vernieuwingen en zoekende medebroeders.
Heel gelukkig was br. Julius toen hij, na zijn overste perioden, zich vanaf begin de jaren 1970 kon wijden aan het onderhoud van de bossen en het verzorgen van bloemen en planten. Hij had zich een grote kennis eigen gemaakt van de flora. Hij werd wel eens speels genoemd “de houtvester”. Bomen die verwijderd moesten worden ,werden door broeder Julius niet gekerfd, neen, die werden geblest. Met zorg en nauwgezet heeft hij gedurende vele jaren fotomateriaal, de Congregatie betreffende, verzameld, gerangschikt en geordend.
Als geen ander verstond br. Julius de kunst handschriften uit de tijd van de Wilhelmieten te transcriberen (te herschrijven) in hedendaags Nederlands. Dat schonk hem voldoening. En daarmee is het archief van de Wilhelmieten voor velen toegankelijker geworden. Een man van gebed was hij die genoot van de liturgie, vooral in een wat plechtiger vorm. Hij was gevoelig voor de wisseling van de seizoenen, in zijn kamer had hij graag bloemen die daar naar verwezen. Heel de rijkdom van de natuur beleefde hij in bewondering. Als vanzelf ging die bewondering over in dankbaarheid voor de Schepper.
Met het ouder worden kwamen vele ongemakken: hartklachten vanaf 1982, een ingrijpende darm operatie in 1990 met als gevolg moeten leven met een stoma, en een onder rechterbeen amputatie in 2005. Bij dit alles was en bleef jammeren hem vreemd. Een doorzetter was Br. Julius, bijzonder moedig , nooit geklaag. Een voorbeeld om jaloers op te zijn.
Hij was en bleef iemand die de zorg aan hem besteed op de verzorgingsafdeling, bij het rondrijden in zijn rolstoel, dankbaar waardeerde. In de vele stille uren op zijn kamer groeide Br. Julius toe naar de overtocht van hier naar de Overkant.
Een gebed dat br. Julius graag bad :
Salus populorum, Regina Pacis,
Open de poort der barmhartigheid hooggeprezen Godsmoeder opdat wij,
die op U hopen in gerechtigheid en vrede leven.
Bevrijd ons van alle gevaar,
U bent het heil van het Christenvolk en koningin van de vrede.
Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader,
zendt Uw Geest over de aarde.
Laat die geest wonen in de harten van alle volkeren,
opdat zij bewaard mogen blijven
voor verwording , rampen en oorlog.
Moge Maria, de vrouwe van alle volkeren,
onze voorspreekster zijn. Amen.